NMBS vraagt om toekenning opdracht van openbare dienst voor 10 jaar

CEO Sophie Dutortoir en CFO Olivier Henin gaven op 8 juli in het federale parlement in de commissie Mobiliteit uitleg over de manier waarop de NMBS haar rol heeft gespeeld tijdens de eerste golf van de COVID-19 crisis en wat de gevolgen daarvan zijn voor de financiële toestand van het bedrijf. Tegelijk braken ze een lans voor een ambitieuze mobiliteitsvisie en voor investerings- en financieringsplannen voor de lange termijn.

De federale overheid heeft tot dusver niet veel visie tentoongespreid over de rol van de NMBS in een meer geliberaliseerd kader, maar de spoormaatschappij verbergt niet dat ze als historische operator nog graag voor een periode van 10 jaar de ‘opdracht van openbare dienst’ wil uitoefenen, ‘voor het hele netwerk’.

Zonder volwaardige federale regering is het moeilijk daarover te beslissen, maar de tijd dringt: vanaf eind 2020 kunnen particuliere spoorwegmaatschappijen op eigen initiatief binnenlandse treinen inleggen. Nog belangrijker voor een klein land als België zonder echte langeafstandsverbindingen, is dat particuliere spoorwegmaatschappijen eveneens hun oog kunnen laten vallen op het uitvoeren van de ‘opdracht van ‘openbare dienst’.

De weg tussen beslissing en uitvoering is lang maar eind 2023 moeten ofwel een of meer private spoorwegmaatschappijen dan wel de NMBS die ‘opdracht van openbare opdracht’ verder uitvoeren. Vandaar dat er bij de NMBS enig ongeduld is. Helemaal gerust zijn ze er daar niet in, want de NMBS moet bewijzen dat ze voldoende performant is in vergelijking met particuliere spoorwegmaatschappijen, waarvan er al actief zijn in Nederland en Duitsland en straks ook in Frankrijk.

Nog maximaal 10 jaar onderhandse opdracht openbare dienst

In principe moeten voor het toekennen van de opdrachten van openbaar nut openbare aanbestedingen worden uitgeschreven – het spoorwegnet kan daarvoor in delen worden opgesplitst. Maar de NMBS kan nog eenmaal voor een periode van maximaal 10 jaar deze opdracht onderhands toegekend krijgen.

De NMBS is alvast van mening dat ze tijdens de COVID-19-crisis haar taak als ruggengraat van het openbaar vervoer met succes heeft gespeeld. Ze is bij de start van de inperkingsmaatregelen in maart zeer snel overgeschakeld op een treindienst van nationaal belang om begin mei al even snel een vrijwel volledige treindienst herop te starten. Dit deed ze voor de economie van het land en de essentiële verplaatsingen.

De NMBS blijft zich in tegenstelling tot andere landen inzetten om een zo maximaal mogelijk treinaanbod te kunnen aanbieden en dit op een manier waarbij de reizigers in veilige omstandigheden hun treinreis kunnen afleggen.

Net als andere bedrijven had de NMBS op het hoogtepunt van de eerste golf af te rekenen met een hoog absenteïsme maar dit werd zeer snel tot op een normaal niveau hersteld.

Als historische operator grondige kennis en ervaring

De prestaties tijdens de COVID-19-crisis grijpt de NMBS dan ook aan om haar wens te onderstrepen om nog zeker voor een periode van 10 jaar deze opdracht van openbare dienst verder te kunnen uitoefenen. Ze stelt daarbij dat ze als historische operator kan bogen op grondige kennis en ervaring die ook in moeilijke omstandigheden kan zorgen voor continuïteit. Het is niet uitgesloten dat ze in de toekomst die opdracht van openbare dienst moet delen met andere spoorvervoerders, maar veel liever krijgt ze nog eventjes die opdracht toevertrouwd voor het hele net.

Omdat het van groot belang is hoe die opdrachten van openbare dienst worden aangepakt, is bij het voorbereiden en toekennen van die openbare dienstverlening een belangrijke rol weggelegd voor de federale overheid. Vandaar dat het belangrijk is dat die overheid zo snel mogelijk met die voorbereidingen start. De NMBS beklemtoont dan ook dat de liberalisering van het netwerk een zekere fragiliteit met zich meebrengt. Daarbij verzwijgt ze dat de liberalisering van het regionale spoorverkeer al bijna 25 jaar doorgaans met succes wordt toegepast in Duitsland. Een aantal voorbeelden in Nederland tonen dan weer aan hoe het niet moet.

Nood aan investerings- en financieringsplannen voor lange termijn

Om de opdracht van openbare dienst nog voor een bijkomende periode van minstens 10 jaar op het hele net te kunnen uitoefenen, heeft de NMBS nood aan investerings- en financieringsplannen voor de lange termijn, waarvoor ze opnieuw op de federale overheid rekent.

Daarbij wijst ze erop dat ze de afgelopen jaren bij een groeiend aantal reizigers heel wat inspanningen heeft geleverd om haar kosten onder controle te houden en de afgelopen jaren een gezond financieel resultaat heeft geboekt. Daardoor kon de (historische) economische schuld worden afgebouwd en kon ze vanuit eigen middelen investeren in de verdere uitbouw van de dienstverlening aan haar reizigers.

De COVID-19-crisis heeft flink wat roet in het financiële etensbord van de NMBS gegooid. Ondanks een zo maximaal mogelijke inzet van personeel en middelen – dit om de social distancing te kunnen respecteren – werd maar een beperkt aantal klanten vervoerd en dat heeft duidelijk zijn invloed op de inkomsten. Ook op langere termijn, waarbij wordt verwacht dat twee dagen telewerk per week de norm wordt, zullen de inkomsten onder druk blijven staan. Toch wil de NMBS alle maatregelen blijven nemen om het vertrouwen van haar klanten in de veiligheid van het openbaar vervoer te bestendigen of te herstellen.

Operationeel verlies van 290 miljoen euro

Door de COVID-19-crisis zal de NMBS in 2020 naar schatting een operationeel verlies (recurrente cash EBITDA) van 290 miljoen euro boeken, in plaats van de oorspronkelijk verwachte winst van 108 miljoen euro. In totaal komt dit neer op een verwacht verlies van 398 miljoen euro.

Daarnaast onderhandelt NMBS ook met de federale overheid over de financiële compensatie van de maatregel gekoppeld aan de verspreiding van de gratis vervoersbewijzen aan de bevolking (kost en minder inkomsten geschat op 110 miljoen euro).

Financiering van de investeringen

De crisis zet ook druk op de financiering van de investeringen in de verdere uitbouw van de dienstverlening. Het investeringsplan 2020-2030 had investeringen geïdentificeerd voor een bedrag van 8,26 miljard euro, waarvan het overgrote deel door verwachte investeringsdotaties werd gedekt. Gegeven een constant niveau van investeringsdotaties, diende NMBS in dat geval nog een financieringstekort van 1,19 miljard euro te dekken.

Op basis van de productiviteitsinspanningen en het stijgend aantal reizigers had de NMBS begroot dat ze in totaal 839 miljoen euro uit haar verwachte operationele winsten kon opzij zetten, om die financieringsbehoefte voor een groot deel te dekken. In dat geval moest er nog 351 miljoen euro gevonden worden. Gezien de structurele impact van de COVID-crisis op de verwachte reizigersaantallen en -inkomsten, is die hypothese echter niet langer realistisch. Het verwachte investeringstekort zou dus, bij afwezigheid van een financiering op basis van het operationele overschot, 1,19 miljard  euro bedragen.

Voor de NMBS kan een volwaardige nieuwe federale regering er dus niet snel genoeg komen. Niet alleen is het dringend nodig om de visie van de federale overheid op het liberaliseringsvraagstuk te kennen, ook heeft de NMBS dringend geld nodig om enerzijds haar huidige opdracht van openbaar nut op een gezonde fianciële basis verder te kunnen uitvoeren, maar ook om op een gezonde financiële basis haar naar verhoopt toekomstige dracht van openbare dienst te kunnen vervullen.

Delen met:

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.