Nederlandse Blankenburgverbinding: Financieel fiasco of een broodnodige reality check?
De Blankenburgverbinding (A24), een nieuwe snelweg tussen Vlaardingen en Rozenburg, is sinds 2024 in gebruik en is de eerste Nederlandse snelweg met elektronische tolheffing (e-tol). Bij middel van kentekenregistratie betalen automobilisten via een digitaal systeem een bescheiden bedrag om de snelweg te gebruiken. Het idee: een eerlijke prijs voor infrastructuur, zonder fysieke tolpoortjes. Maar de eerste financiële resultaten vallen tegen: de cijfers kleuren dieprood. Maar Professor Marco te Brömmelstroet (Universiteit van Amsterdam) interpreteert deze cijfers anders: voor hem zijn ze een bewijs dat rekeningrijden een positieve invloed heeft op de mobiliteit.
Waar de Nederlandse overheid rekende op miljoeneninkomsten, gaapt er nu een gat van circa 10 miljoen euro. De Hoogleraren Bert Van Wee en Erik Verhoef spraken bij het Nederlandse RTL-nieuws (“Eerste elektronische tolweg is financieel fiasco: geen winst, maar miljoenenverlies”) van een “flinke tegenvaller” en ook minister Barry Madlener hoopt vurig dat de verkeersstromen in de toekomst zullen aanzwellen om de kosten te dekken.
Maar terwijl critici spreken van een financieel drama, stelt prof. Marco te Brömmelstroet (Universiteit van Amsterdam) een radicale wedervraag: Is het de weg die faalt of zijn het onze modellen die falen?
Volgens Prof. Te Brömmelstroet is het huidige ‘verlies’ geen teken van falen, maar juist het bewijs dat een eerlijk prijsmechanisme effect sorteert. In zijn analyse op LinkedIn breekt hij met het klassieke frame van de overheid:
“Het miljoenentekort is geen financieel fiasco, maar het logische gevolg van het eerste eerlijke prijskaartje voor autorijden. Niet de tolweg faalt. Onze aannames over automobiliteit falen.”
Het kernprobleem is dat onze verkeersmodellen decennialang zijn gevoed met de fictie van ‘gratis’ wegen. In werkelijkheid kosten snelwegen miljarden aan aanleg, onderhoud en schaarse ruimte. Kosten die slechts voor een fractie gedekt worden door accijnzen. Te Brömmelstroet is messcherp over deze verborgen kosten:
“We spreken nu over een ‘verlies’ van 10 miljoen euro op deze tolweg, terwijl we duizenden kilometers snelweg exploiteren zonder ooit te berekenen wat het kost om die gratis te houden. Dáár zitten de echte tekorten. Alleen noemen we ze geen verlies, zodat we ze collectief verstoppen.”
Psychologie van de tol
De A24 laat zien wat er gebeurt als de automobilist de werkelijke kosten direct in de portemonnee voelt. Zodra de “bescheiden tol” zichtbaar wordt, daalt de vraag. Mensen heroverwegen hun route, hun vervoersmiddel of zelfs de noodzaak van de rit. Volgens Te Brömmelstroet is dit precies de bedoeling: minder verkeer draagt bij aan klimaatdoelen, gezondheid en leefbaarheid. Het ‘tekort’ is dus eigenlijk een succesvol instrument voor gedragsverandering.
Wat België hieruit kan leren
Deze discussie is onlosmakelijk verbonden met de mobiliteitsknoop in België. Waar Nederland nu experimenteert met e-tol voor personenwagens, kijkt België al jaren in de spiegel van de kilometerheffing. De technologische basis is er al; vrachtwagens betalen via het Viapass-systeem per gereden kilometer. Toch blijft de stap naar de personenwagen politiek mijnenveld, ondanks de recordfiles die de economie dagelijks gijzelen.
De lessen van de Blankenburgverbinding zijn voor de Belgische context essentieel. Vaak wordt daar gekozen voor de ‘vlucht vooruit’: extra rijstroken op de Ring rond Brussel of de Antwerpse Oosterweelverbinding. De Nederlandse ervaring suggereert echter dat aanbod (meer asfalt) de vraag alleen maar aanwakkert, terwijl een directe prijsprikkel (tol) de vraag structureel beheersbaar maakt.
Als we de logica van Prof. Te Brömmelstroet volgen, is de Belgische weerstand tegen kilometerheffing gebaseerd op een onhoudbare illusie van gratis mobiliteit. De uitdagingen zijn immers identiek: een ruimtelijke ordening die kreunt onder de infrastructuur en ambitieuze klimaatdoelen die met enkel ‘goede bedoelingen’ niet gehaald worden.
Tijd voor een breder debat
De Blankenburgverbinding fungeert als een spiegeltje voor de hele Benelux. Het daagt ons uit om de term ‘verlies’ te herdefiniëren. Is 10 miljoen euro minder in de staatskas een groter probleem dan de miljarden aan maatschappelijke schade door onbeperkt autogebruik?
Te Brömmelstroet concludeert dan ook met een prikkelende oproep tot systeemverandering:
“De ongemakkelijke maar logische les is dus niet: ‘stop met tol’. De les is: waarom doen we dit niet veel breder? Misschien is de A24 geen financieel fiasco, maar een reality check voor een mobiliteitssysteem dat al decennia doet alsof autorijden bijna niets kost.”
De vraag voor zowel de Nederlandse als de Belgische politiek blijft: durven we de ‘gratis’ wegeninfrastructuur definitief vaarwel te zeggen en de werkelijke prijs van onze bewegingsvrijheid te betalen?
Laat een reactie achter