Nog tot na 2030 wachten op eerste Belgische batterijmotorstellen

Illustratie: Stadler

Batterijtreinen moeten de dieselmotorstellen die momenteel nog door de NMBS worden ingezet, gaan vervangen. Dat blijkt uit een antwoord van minister Gilkinet op een mondelinge vraag van federaal parlementslid Pieter De Spiegeleer. Dit bericht werd door de NMBS bevestigd maar de spoorwegmaatschappij stelt dat het daarvoor wachten blijft tot na 2030. Pas dan zijn de huidige dieselmotorstellen aan het einde van hun levensduur. Ook van een retrofitting van het huidige dieselmaterieel is geen sprake.

Momenteel is slechts 4% van het Belgische spoorwegnet niet geëlektrificeerd terwijl voor slechts 5 procent van het reizigersaanbod van de NMBS beroep wordt gedaan op dieseltreinen. Momenteel blijven er op het Belgische spoorwegnet nog slechts 6 niet-geëlectrificeerde spoorlijnen over, waarvan 4 in de provincie Oost-Vlaanderen (Aalst – Burst, Gent – Eeklo, Gent – Zottegem en De Pinte – Oudenaarde – Ronse). Verder zijn er nog de spoorlijnen Charleroi – Mariembourg – Couvin en Hasselt – Mol. Deze laatste spoorlijn is men momenteel volop aan het elektrificeren zodat ook daar binnenkort de dieseltreinen verdwijnen..

De tweeledige dieselmotorstellen die momenteel door de NMBS worden ingezet; kwamen omstreeks het jaar 2000 in dienst en zijn dus een goede 20 jaar oud. Toch zijn ze ontzettend milieuonvriendelijk. Niet alleen waren er klachten over geluidshinder en reizigerscomfort. Ook verstoken ze in vergelijking met elektrische motorstellen ontzetten veel energie: omgezet in gigawattuur (GWh) vertegenwoordigt het verbruik van deze dieselmotorstellen 10,88 % van het volledige rijtuigpark van de NMBS (133 GWh tegenover 1222 GWh). Andere milieueffecten zijn de uitstoot van C02, NOx en fijn stof.

Het tijdschrift Mondig Mobiel pleitte daarom reeds in het voorjaar van 2020 om deze dieselmotorstellen te gaan vervangen door batterijmotorstellen. Een van de voordelen die er worden genoemd is dat batterijtreinen van nature hybride zijn en zowel kunnen worden ingezet op geëlektrificeerde als op niet-geëlektrificeerde spoorlijnen. Tijdens het rijden onder draad kunnen de batterijen worden opgeladen.

Wanneer de batterijen op het eind van hun levensduur zijn, kan men er ook voor kiezen deze niet te vervangen en ze zuiver als elektrische treinen in te zetten.

Wegens de beperkte lengte van de niet-geëlektrificeerde spoorlijnen zijn waterstoftreinen, die een grotere actieradius hebben dan batterijtreinen, in ons land echter geen optie.

Ook netwerkbeheerder Infrabel wil zijn duit in het zakje doen. Zij wil haar werfdiesellocomotieven gaan vervangen door hybride locomotieven die zowel elektrisch als door een kleine dieselmotor worden aangedreven. Latere omvorming tot waterstoflocomotieven of batterijlocomotieven is daarbij niet uitgesloten.

Delen met:

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.