In de Italiaanse provincie Trentino, waar de valleien Non en di Sole zich uitstrekken tussen de Dolomieten, heeft het fruitconsortium Melinda een wereldprimeur gerealiseerd: een kabelbaan die exclusief appels vervoert. Geen toeristen, geen skiërs, maar karrevrachten vers geplukte appelen zweven voortaan door het berglandschap, op weg naar ondergrondse koelcellen in een voormalige mijn.
De kabelbaan verbindt het pakstation van Melinda in Predaia — gelegen op circa 470 meter hoogte in de vallei — met de Rio Maggiore-mijn, waarvan de ingang zich op 560 meter hoogte bevindt Daar, 900 meter diep onder het oppervlak, profiteren de appels van natuurlijke koeling, wat tot 30% energie bespaart ten opzichte van klassieke koelinstallaties. De mijn, ooit een industriële plek, is nu een toonbeeld van circulaire herbestemming.
Tweerichtingsverkeer
De logistiek is tweerichtingsverkeer: de appels worden eerst verzameld en gesorteerd in de installaties van Melinda in de vallei, waarna ze via de kabelbaan naar boven worden gebracht om maandenlang ondergronds te worden bewaard. In de loop van het jaar keren ze terug naar de vallei voor verdere verpakking en verscheping. De kabelbaan is dus geen eenrichtingslogistiek, maar een circulair systeem dat de berg als opslagplaats en de vallei als verzamel- en distributiecentrum benut.
Binnenin de Dolomietrots van de Rio Maggiore-mijn bevinden zich vandaag 34 ondergrondse opslagcellen — zogenaamde hypogeale cellen — die samen plaats bieden aan minstens 30.000 ton appels. Elke cel is 25 meter lang, 11 meter hoog en 12 meter breed, met een capaciteit van circa 3.000 appelkratten. De natuurlijke structuur van het gesteente zorgt voor luchtdichtheid en thermische isolatie, aangevuld met een dunne laag spuitbeton. Dankzij de constante temperatuur en gecontroleerde atmosfeer blijven de appels langer vers en behouden ze hun kwaliteit beter dan bij bovengrondse opslag.


De energiebesparing is aanzienlijk: Melinda berekende een jaarlijkse reductie van 1,9 gigawattuur, vergelijkbaar met het verbruik van 2.000 mensen. Bovendien wordt water bespaard via geothermische koeling van de compressoren, en vermijdt men het gebruik van isolatiepanelen in kunststof. Door geen nieuwe bovengrondse magazijnen te bouwen, blijft het landschap intact en wordt een bestaande mijn optimaal benut. Deze aanpak leverde Melinda in 2015 zowel de Good Energy Award als de Sodalitas Social Award op.
Kabelbaan
Met een capaciteit van 460 bakken per uur – elk goed voor 300 kilo – vervangt de kabelbaan jaarlijks meer dan 5.000 vrachtwagenritten. Dat betekent minder CO₂-uitstoot, minder verkeersdrukte en meer veiligheid voor de medewerkers. De installatie wordt aangedreven door zonne-energie en waterkracht, waarbij zelfs de dalende appels energie helpen opwekken.
Het project kostte 10 miljoen euro, waarvan 40% werd gefinancierd via het Europese Next Generation EU-fonds. Volgens de Italiaanse landbouwminister Francesco Lollobrigida is de kabelbaan een voorbeeld van hoe Europese middelen bedrijven kunnen helpen bij de energietransitie. Melinda werkte samen met kabelbaanspecialist Leitner en lokale vakmensen.
Ernesto Seppi, voorzitter van het consortium Melinda, benadrukt dat de kabelbaan past in een breder duurzaamheidsbeleid: van druppelirrigatie tot hernieuwbare energie en natuurlijke opslag. Maar het is ook een cultureel statement. In een regio waar fruitteelt traditie is, toont Melinda hoe innovatie en erfgoed elkaar kunnen versterken.
Bergflanken vol fruit
Langs de flanken van de Torrente Noce — een bergstroom die zich een weg baant door de Val di Sole en Val di Non — gedijen niet alleen appels, maar ook peren, abrikozen, kersen, bessen en groenten. De fruitteelt beslaat hier zo’n 7.000 hectare en is in handen van ruim 4.000 landbouwfamilies, verenigd in zestien coöperaties binnen het Melinda-consortium. Dankzij het bergklimaat, de hoogteverschillen en de vruchtbare bodems krijgen de vruchten een uitgesproken aroma. Melinda produceert jaarlijks meer dan 380.000 ton appels, goed voor ongeveer 20% van de totale Italiaanse appelproductie. De omzet overschrijdt de 300 miljoen euro, en samen met het zusterconsortium La Trentina vormt Melinda de ruggengraat van de fruitsector in de provincie Trentino. De fruitteelt is niet alleen een economische pijler, maar ook een sociaal bindmiddel dat de regio leefbaar houdt en ontvolking tegengaat.
Innovatieve kabelbaanconstructeur
Kabelbaanconstructeur Leitner bouwde niet alleen de innovatieve appelkabelbaan, ook ontwikkelt ze een revolutionair transportsysteem dat de grenzen tussen lucht- en grondmobiliteit doet vervagen. Onder de naam ConnX ontwikkelde het Zuid-Tiroolse bedrijf een hybride kabelbaansysteem waarbij gondels in het (dal)station automatisch worden losgekoppeld van de kabel en overgezet op een zelfrijdend elektrisch chassis. Deze voertuigen kunnen vervolgens autonoom verder rijden over korte trajecten — bijvoorbeeld van een kabelbaanstation naar een treinterminal, ziekenhuis of stadscentrum — zonder dat passagiers hoeven over te stappen.
Het systeem is ontworpen als oplossing voor de zogeheten “last mile” in stedelijke mobiliteit, maar biedt ook potentieel voor goederenvervoer in bergachtige regio’s. De gondels blijven volledig gesloten en volgen een vooraf bepaalde route via een geleidende rail of rijstrook. Dankzij elektrische aandrijving en compacte infrastructuur is het systeem stil, emissievrij en flexibel inzetbaar in complexe stedelijke omgevingen. (lees hierover meer in “Hybride kabelbaan moet binnen de twee jaar werkelijkheid worden“)
UPDATE 25/09/2025:
De woordvoerder van fruitconsortium Melinda verduidelijkte dat er op dit moment geen plannen zijn om de ConnX-systeem van kabelbaanconstructeur Leitner in haar werking te integreren. De woordvoerder wijst er ook op dat op dit moment de spoorlijn Trente – Mezzana (meterspoor) enkel wordt gebruikt voor reizigerstreinen.
Maar dat een en ander niet onmogelijk is, bewijst de industriële houtzagerij Binderholz die sinds 2021 voor haar houttransporten opnieuw gebruik maakt van de Zillertalbahn, die een spoorbreedte heeft van 760 mm. Dit noodzaakte wel om gebruik te maken van aangepaste goederenwagens. Voordien werden de boomstammmen met vrachtwagens van het spoorwegstation van Jenbach met vrachtwagens overgebracht naar de houtzagerij. Lees hierover meer: “Oostenrijkse Zillertalbahn: houttransport (opnieuw) met smalspoortreintje i.p.v. met vrachtwagen“.
Laat een reactie achter