Grootse plannen voor snelle Franse regionale voorstadsnetten botsen met economische realiteit

Illustratie gegenereerd met Google Gemini

Op 06/03/2026 verscheen op deze nieuwssite een tekst over de grootse plannen om in Frankrijk ook buiten de hoofdstad, naar het voorbeeld van de Parijse RER, te voorzien in snelle regionale voorstadsnetten (SERM): “Muren tussen trein, tram en bus gesloopt: Rijsel en andere Franse steden kiezen een nieuw rijpad voor hun voorstadsmobiliteit”. Deze mooie en ambitieuze plannen blijken nu te botsen met de economische realiteit. Nu de visie er is, stelt zich de vraag wie de miljardenrekening moet betalen? Het SERM-project Baskenland-Landes werd recent stopgezet omdat de benodigde 100 miljoen euro niet kon worden gevonden.

Op dit moment vormt de enorme onduidelijkheid over het totale prijskaartje van de verschillende SERM-projecten het grootste struikelblok. De schattingen voor de noodzakelijke investeringen lopen sterk uiteen: van 25 miljard tot wel 50 miljard euro. Dat komt omdat veel van de plannen in de verschillende regio’s nog niet volledig zijn uitgewerkt, wat vergelijkingen heel moeilijk maakt. Daarnaast hangen de jaarlijkse exploitatiekosten — het daadwerkelijk laten rijden van de extra treinen en bussen — als een zwaard van Damocles boven de begroting. Die operationele kosten kunnen oplopen tot 1 à 2 miljard euro per jaar.

Volgens het Franse parlementslid Christine Arrighi (Ecologie- en Socialistische Partij) zorgt deze onduidelijkheid voor een gevaarlijke verlamming. “Wanneer investeringen als kolossaal of onrealistisch worden beschouwd, neemt men ze niet meer serieus. Dat leidt tot inactiviteit”, waarschuwt zij in een recent informatieverslag van de Financiële Commissie.

Ondertussen dringt de tijd. De huidige financiering die via regionale planningscontracten is toegewezen, dekt enkel de voorbereidende studies en loopt af in 2027. Het ontwerp voor de nieuwe kaderwet voor transport zwijgt echter in alle talen over hoe de daadwerkelijke realisatie daarna moet worden betaald. Arrighi pleit er daarom vurig voor dat de verlenging van deze contracten vanaf 2028 een harde, structurele ‘SERM-component’ moet bevatten. De Franse politiek moet nu dus kleur bekennen.

Betalen met de waardestijging van grond?

Om de miljardenkloof te dichten, wordt er gekeken naar een financieringsstrategie die in steden zoals Montreal, Genève en Kopenhagen al langer succesvol is: het benutten van de waardestijging van grond (land value capture).

Het principe is even simpel als logisch: de komst van een nieuw transportknooppunt of een snelle voorstadstrein verhoogt de waarde van de omliggende grond en het vastgoed aanzienlijk. Waarom zou een deel van die extra gecreëerde waarde niet rechtstreeks worden ingezet om de nieuwe infrastructuur te financieren? Investeerders en overheden zien hierin een gezonde manier om projectkosten voor de lokale overheid te drukken.

Toch is deze oplossing niet onomstreden. Thomas Allary, adjunct-directeur Grote Projecten bij spoorbeheerder SNCF Réseau, uitte tijdens een parlementaire hoorzitting zijn zorgen. De gronden rondom stations worden vandaag de dag vaak commercieel ontwikkeld door SNCF Gares & Connexions.

Als die vastgoed- en winkelinkomsten worden afgeroomd door lokale overheden om de regionale netwerken te betalen, verliest de spoorweggroep vitale inkomsten. Inkomsten die ze normaal gesproken direct herinvesteren in het onderhoud en de vernieuwing van het bestaande, vaak al overbelaste landelijke spoornetwerk. Het risico bestaat dus dat men het ene gat met het andere dicht.

De harde realiteit: eerste project al gesneuveld

Dat deze budgettaire patstelling geen illusie is, bewijst het zojuist genoemde debacle in het zuidwesten van Frankrijk. Het mislukken van het project voor de regio Baskenland-Landes laat pijnlijk zien hoe snel goede intenties stranden zonder harde financiële fundamenten.

Volgens parlementslid en spoorwegmedewerker Peio Dufau komen de theoretische discussies over alternatieve financiering voor sommige regio’s simpelweg te laat. Als Frankrijk zijn ambitieuze voorstadsnetwerken buiten Parijs levensvatbaar wil houden, zal de politiek snel met harde garanties over de brug moeten komen. Zo niet, dan dreigt het slopen van de muren tussen trein, tram en bus te eindigen in een papieren droom.

Delen met:

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.