De pensioenen zijn onbetaalbaar, dus we moeten snoeien. Voor salariswagens geldt die logica blijkbaar niet.

Foto: Ri Butov via Pixabay.com

OPINIE – Momenteel worden volop besparingsballonnetjes opgelaten. Professor Dave Sinardet vraagt zich in onderstaande opinietekst af waarom één dergelijke besparingsballon systematisch aan de grond blijft: die over de fiscale steun aan salariswagens. Nochtans becijferde het Federaal Planbureau de kostprijs aan gederfde begrotingsinkomsten tegen 2028 op 5,2 miljard euro. Anders dan vaak gedacht wordt, is besparen op salariswagens politiek best verkoopbaar. Peilingen tonen consequent een meerderheid vóór een afschaffing van salariswagens: 60 procent volgens de laatste uit 2024, een sterker draagvlak dan voor de pensioeningrepen en precies het volledige bedrag waarnaar de regering nu koortsachtig graait.

Hoeveel drones er eind vorig jaar werkelijk rondcirkelden in ons luchtruim blijft in nevelen gehuld. Zeker is wel dat het er beduidend minder waren dan het ontelbare aantal proefballonnetjes dat dezer dagen opnieuw opstijgt boven de Wetstraat, nu de regering-De Wever zich andermaal opmaakt om miljarden bijeen te schrapen voor haar brokkelige begroting.

Lichte ballonnetjes zijn dat doorgaans. Ze stijgen vlot op, pronken mooi met de kleur van de partij die ze opliet, maar wegen te weinig om het begrotingsdebat te laten landen. En ze zijn heel divers: grote en kleine, linkse en rechtse, voor elk wat wils. Want taboes moeten sneuvelen, klinkt het dan, hoe pijnlijk ook.

Maar meer nog dan waarover wel gesproken wordt, is het in de politiek vaak onthullend waarover met geen woord gerept wordt.

Zo blijft één ballon systematisch aan de grond: die over de fiscale steun aan salariswagens. Nochtans becijferde het Federaal Planbureau de kostprijs aan gederfde begrotingsinkomsten tegen 2028 op 5,2 miljard euro. Precies het volledige bedrag waarnaar de regering nu koortsachtig graait.

Toch blijkt zelfs een fractie daarvan geen ballonnetje waard. Curieus, want het loutere argument van de hoge kostprijs volstaat wel voor vele andere uitgavenposten. Neem de pensioenen. Geen enkele partij wil die per se principieel verlagen, maar ja, ze zijn onbetaalbaar geworden, dus hoe pijnlijk ook: we moeten snoeien. Voor salariswagens geldt die logica blijkbaar niet.

Nochtans, waar hogere pensioenen zelden maatschappelijke schade aanrichten, ligt dat bij onze belastingvriendelijke bolides anders.

Dat staat al jaren te lezen in rapporten van internationale instellingen. Van de OESO, over de Europese Commissie, tot het IMF: steevast roepen ze onze regeringen op om de fiscale subsidiëring van bedrijfswagens af te bouwen omdat ze autogebruik en dus files aanwakkeren. En voor iemand valt over het woord ‘subsidie’: dat is wel degelijk de terminologie die de OESO hanteert.

Jawel, dat zijn dezelfde gerespecteerde organisaties die politici gretig citeren als ze hun gelijk staven, of die als alibi kunnen dienen voor pijnlijke maatregelen (zoals in de pensioenen). Maar beginnen ze over onze loonauto’s, dan worden ze vrolijk genegeerd. Sterker nog, een voormalige minister van Financiën drong bij een van die instellingen ooit aan om een kritische verwijzing naar salariswagens te schrappen uit haar perscommunicatie over de aanbevelingen voor ons land.

Toegegeven, ons loonpakket op banden kreeg onder de regering-De Croo een likje ecologische lak: enkel geëlektrificeerde exemplaren worden nog volle bak gesteund. Maar dat effect blijft perfect overeind als die fiscale gulheid een versnelling lager zou schakelen. En om het wagenpark te verduurzamen, hoef je het niet eerst op te blazen.

Bovendien brokkelt zelfs dat groene alibi alweer af. In Miles, het ‘gentleman driver’s magazine’, kondigde MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez doodleuk aan dat hij de subsidiëring van hybride bedrijfswagens wil herinvoeren zodra het laatste Europese relancegeld binnen is, geld dat net aan die vergroening gekoppeld was. Openlijk de Commissie willen misleiden zet niet alleen toekomstige Europese middelen op het spel. Wie in volle energiecrisis zelfs fossiel rijden blijft aanmoedigen, verraadt hoe heilig de salariswagen is: een rollend relikwie waar geen politicus de hand aan durft te slaan.

Waarom toch niet?

Anders dan vaak gedacht wordt, is het niet politiek onverkoopbaar. Peilingen tonen consequent een meerderheid vóór een afschaffing van salariswagens: 60 procent volgens de laatste uit 2024, een sterker draagvlak dan voor de pensioeningrepen. Vreemd is dat niet, want slechts 15 procent van de werknemers heeft een salariswagen. Maar dat is wel een verdubbeling in twee decennia, waardoor ons land intussen al zo’n 650.000 belastingvoordelen op wielen telt, waarvan 70 procent bij de hoogste inkomens belandt.

Is het de bedoeling van de politiek om het systeem zo lang in stand te houden dat het zo uitgedijd is dat de steun voor afschaffing verdampt?

Ook het competitiviteitsrefrein wringt. Als salariswagens nodig zijn om talent te lokken, verlaag dan tegelijk de hoogste belastingschijf en laat werknemers zelf kiezen wat ze met hun euro’s doen. Minder sleutels, meer vrijheid.

Nee, het lijkt er vooral op dat men de lobbygroepen achter het systeem niet wil bruuskeren.

En zo blijven in ons schraalgeschraapte begrotingslandschap slechts twee bastions buiten schot: defensie en salariswagens. Al wil ik met deze analogie niemand op gedachten brengen, voor je het weet worden werknemers straks uitbetaald in salarisdrones.

Deze tekst verscheen op 28/04/2026 met een lichtjes andere inleiding als column in de krant ‘De Morgen’

Delen met:

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.