Basisbereikbaarheid dan toch opnieuw uitgesteld: een ministeriële bocht in nevelen gehuld

Foto: Vitaly Volkov via Wikipedia

Tegen de vraag van diverse instanties in bezwoer minister Lydia Peeters tot vorige week dat er geen verder uitstel zou komen voor het project ‘basisbereikbaarheid’ waarmee het openbaar vervoer in Vlaanderen volledig wordt hervormd. Zowel de Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG), de Mobiliteitsraad Vlaanderen (MORA) en Autodelen.net hadden al eerder op uitstel aangedrongen. Test-Aankoop, Netwerk Duurzame Mobiliteit (NDM), Landelijke Gilden en TreinTramBus sloten zich daar voorbije zaterdag bij aan. Maar wat deze laatste organisaties toen nog niet wisten, is dat Vlaamse minister van Mobiliteit enkele dagen daarvoor in alle stilte haar bocht had ingezet… verstopt in een persbericht over het uitstel voor de start van de mobiliteitscentrales. Het persbericht kwam er nadat parlementslid Karin Brouwers (CD&V) op 22/04/2021 tijdens de namiddagzitting van de commissie Mobiliteit en Openbare Werken uitleg had gevraagd over de stand van zaken daarover. In het Vlaams Parlement zelf was de minister -zoals gewoonlijk- vrij omfloerst over het feit of dat uitstel voor mobiliteitscentrales impact zou hebben op het hele project van de basisbereikbaarheid. Ook op Twitter had de minister het enkel over het uitstel voor de mobiliteitscentrales.

Waarover gaat het:

“Op vrijdag 2 april nam de Vlaamse Regering de gemotiveerde gunningsbeslissing waarna een wachttermijn inging die beperkingen oplegt in de communicatie. Op 20 april 2021 meldde de Raad van State dat er een kandidaat voor de uitbating van de mobiliteitscentrale een vordering tot schorsing bij uiterste dringende noodzakelijkheid heeft ingediend. ‘De start van de mobiliteitscentrale op 1 januari 2022 is door deze procedure niet meer haalbaar’, zegt minister Peeters. “We moeten de uitspraak van de Raad van State afwachten om de volledige impact op de timing en uitrol van basisbereikbaarheid te kunnen beoordelen” alldus de inleidende alinea van het persbericht.

De bedoelde mobiliteitscentrale moet de bestaande belbuscentrale van De Lijn vervangen en is een van de speerpunten van de het project ‘basisbereikbaarheid’ dat door het kabinet van minister Peeters wordt voorbereid. “De mobiliteitscentrale wordt op termijn onder meer verantwoordelijk voor het informeren van reizigers over het openbaar vervoer in Vlaanderen, het in kaart brengen van routes en de aankoop van tickets voor het openbaar vervoer. Reizigers in Vlaanderen zullen bij de mobiliteitscentrale terechtkunnen met vragen over openbaar vervoer in al zijn facetten: trein, tram, bus, deelfietsen en -wagens en flexsystemen”.

Uitstel invoering basisbereikbaarheid

“Als de Raad van State ingaat op de argumenten van de tegenpartij en de gunningsbeslissing geschorst wordt, kan de opdracht niet gesloten worden. De concrete impact van een schorsing valt op dit moment moeilijk in te schatten. Dat is sterk afhankelijk van de redenen en de motieven op basis waarvan de Raad tot de schorsing zou besluiten. Indien de uitspraak gunstig uitvalt, is de verwachting dat de sluiting van de opdracht rond 17 mei 2021 kan plaatsvinden. Dit betekent dat de implementatie van basisbereikbaarheid op 1 januari 2022 onhaalbaar is omdat de mobiliteitscentrale niet tijdig operationeel zal zijn.” aldus nog steeds Lydia Peeters.

Tot dusver kan de minister nog niet meedelen met hoeveel tijd het project basisbereikbaarheid uit te stellen. Het geeft de verschillende vervoerregio’s alvast meer tijd om het luik over het ‘vervoer op maat’ verder uit te werken want voortaan moeten die vervoerregioraden zelf instaan voor het gunnen van het aanbod van dat vervoer op maat: flexbussen (ter vervanging van de huidige belbussen), taxi’s, deelfietsen, … Daarvoor krijgen ze een budget van de Vlaamse regering maar wanneer dat budget niet voldoende is voor het gewenste aanbod, moeten de betrokken steden en gemeenten voor hun vervoerregio dat budget zelf bijpassen.

Iedereen blij, behalve taxisector

Ook verschillende andere instanties, waaronder de Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG), de Mobiliteitsraad Vlaanderen (MORA) en Autodelen.net hadden al eerder op uitstel aangedrongen. Test-Aankoop, Netwerk Duurzame Mobiliteit (NDM) en Landelijke Gilden en TreinTramBus zijn niet ontevreden over dat uitstel. Een aantal onder hen vroegen reeds expliciet om uitstel maar kregen tot vorige week bij de minister geen gehoor. En dit niet alleen omdat het luik over het ‘vervoer op maat’ nog niet voldoende was uitgewerkt, maar ook omdat er nog haken en ogen zijn aan zowel het kernnet als het aanvullend net. Zo bv. in Antwerpen waar het nieuwe tramnet in opdracht van de minister werd uitgesteld terwijl het busluik onverminderd op 1 januari 2022 van start moest blijven gaan. Tram- en busnet zijn echter onlosmakend met elkaar verbonden zodat het een niet zonder het ander kan.

Het uitstel voor de gunning van de mobiliteitscentrales heeft echter behoorlijk wat consequenties omdat die -voorzien op 1 januari 2022- de taken van een aantal andere instanties, zoals de belbuscentrales van De Lijn, zou overnemen. Omdat de start van de mobiliteitscentrale nu is uitgesteld, moeten de belbuscentrales langer dan voorzien doorwerken, wat ook zijn invloed heeft op het personeel dat in die belbuscentrales is tewerkgesteld.

Evenzo moe(s)t de nieuwe mobiliteitscentrale de activiteiten van de belcentrales van de ‘Diensten voor Aangepast Vervoer’ (DAV) overnemen. Dit is een dienst die op basis van vrijwilligers vervoer op aanvraag aanbied voor mensen met een beperking en dit met daarvoor aangepaste busjes. Ook hier moeten de vroegere contactpunten hun activiteiten, waarvoor ze subsidies ontvangen) verder zetten tot de nieuwe mobiliteitscentrale van de Vlaamse overheid effectief van start gaat.+

Delen met:

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.